In de puberteit vinden er enorme reorganisaties plaats in het brein; de bedrading gaat op de schop. Pubers kunnen maar beter zorgen dat ze genoeg slaap krijgen.
Tijdens de ontwikkeling van ons brein vormen zich ruimtes in de verbindingen tussen zenuwcellen waarin boodschappen worden doorgegeven. In het begin van de hersenontwikkeling leggen we teveel synapsen aan, waarvan een groot deel in de puberteit weer wordt afgebroken. Zo komt er ruimte vrij voor nieuwe hersenverbindingen, zodat je nieuwe dingen kunt blijven leren. Je brein moet dus snoeien om te groeien.
Amerikaanse wetenschappers van de Universiteit van Wisconsin, geleid door Chiara Cirelli, ontdekten dat puberende muizen met een slaaptekort meer synapsen vormen dan ze afbreken. Dat schreven zij onlangs in Nature Neuroscience. Om chaos in je hersenen te voorkomen, wordt in de puberteit de bedrading omgegooid. Dat vergoot de kans op foutjes, waardoor wetenschappers denken dat pubers gevoelig zijn om mentale aandoeningen zoals schizofrenie te krijgen. Er is dan ook onderzoek gaande naar allerlei factoren die de reorganisatie van je brein kunnen beïnvloeden. Eén zo’n factor is een verstoord slaapritme.
Bron: kennislink.nl