Veel dieren blijven hun hele leven vruchtÂbaar. Gedacht vanuit de wetten van de evoÂlutie is het een interessante vraag waarom mensenvrouwen in het algemeen nog jaren blijven leven, terwijl ze zich niet meer kunÂnen voortplanten.
Eén van de verklaringen is dat oudere vrouwen als oma een belangÂrijke invloed hadden op het in leven blijven van haar kleinkinderen. Terwijl hun dochÂters zwanger waren en op de al aanwezige kinderen letten, konden zij het zware werk van voedselzoeken doen. Zoals eens de grootmoeder op die manier zorgde voor het lichamelijke welzijn van haar kleinkinderen, zeggen Engelse psychologen dat moderne grootouders goed zijn voor hun geestelijk welzijn.
Nu we steeds ouder worden, hebben steeds meer pubers nog levende grootouÂders. De onderzoekers vergeleken de rol van grootouders in drie verschillende gezinstyÂpen: alleenstaande ouders, twee-oudergezinÂnen en stiefgezinnen. De pubers gaven aan hoeveel hun grootouders voor hen hadden gezorgd, goede raad gaven en geïnteresseerd waren in hun schoolprestaties en activiteiÂten.
Hoe groter die betrokkenheid was, des te minder de pubers emotionele problemen hadden en zij zich over het algemeen sociaÂler gedroegen. Degenen die opgroeiden in een éénouder- of stiefgezin hadden minder last van gedragsproblemen als zij meelevenÂde grootouders hadden.
De conclusie van de onderzoekers is dat betrokken grootouders altijd een belangrijke rol vervullen in het puberleven, maar vooral als ouders zich in emotionele levensperioden – zoals na een scheiding – door hen gesteund weten. In zulke tijden kunnen grootouders meehelpen het gewone dagelijkse leven in gang te houÂden.
